Gedachten!

januari 31, 2017 geve

De tor kon niet slapen.

Hij woelde in het donker onder de steen aan de rand van het bos. Ik weet wel waarom, dacht hij. Morgen wordt ik somber. Hij wist niet waarom hij somber zou worden. Maar dat hij het zou worden, dat wist hij zeker. Hij fronste zijn wenkbrauwen en dacht: zou ik misschien niet kunnen slapen omdat ik er nu al somber over ben dat ik morgen somber word? Maar dat zou niet eerlijk zijn. Want nu ben ik het nog niet. Even stonden zijn gedachten stil. Het leek wel of ze rechtsomkeert maakten of in elkaar doken om de lucht in te vliegen. Nu ben ik dus nog vrolijk, dacht hij onzeker. Hij stond op, haalde diep adem en maakte een klein dansje. “O, wat ben ik nu nog vrolijk, vrolijk….” zong hij.

 

Maar na een paar passen bleef hij staan. Het is wel raar, dacht hij, om nu zo vrolijk te dansen, terwijl ik morgen somber word. Alsof dat niets is! Dat is toch treurig? Hij knikte, ging weer liggen en draaide zich op zijn zij. Hij zag zijn somberheid voor zich. Ze leek op een reusachtige wolk, of een overstroming. Ja, dacht hij, daar lijkt ze op, een donkere overstroming, een grote zwarte overstroming. Hij ging weer op zijn rug liggen en kon onder de steen door de sterren zien. Ze twinkelden en flonkerden. Die zien er morgen dof uit, dacht hij. Let maar op. Hij zuchtte diep. Niet te diep zuchten, dacht hij toen. Dat kan ik morgen nog genoeg doen. Hij probeerde niet meer te zuchten of zorgelijk te kijken of zijn wenkbrauwen te fronsen.

 

Zo lag hij daar op zijn rug, in het donker, in de nacht voor hij somber zou worden. Het was een lange, ingewikkelde nacht. Als ik morgen aan nu denk dacht hij, dan zal ik mijn hoofd schudden van verbazing. Zo luchtig en lichtzinnig als ik nu hier lig… Hij schudde zijn hoofd. Maar hij dacht meteen: nee, dat moest ik morgen doen. Nu moet ik knikken. Hij knikte.

De zon kwam op. De tor keek naar de horizon. Het was alsof hij in de verte zijn somberheid al kon horen. Een soort gedonder dacht hij. Golven. Hij kroop zo diep mogelijk weg onder de steen. O, wat ben ik nu nog blij! dacht hij. Toen viel hij in slaap. De zon klom omhoog en scheen door het dichte struikgewas aan de rand van het bos tot onder de steen. De tor glansde in het ochtendlicht.

Hij sliep.

 

Uit: ‘Iedereen was er’ van Toon Tellegen.

Delen?
FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin