Middelvinger

december 5, 2016 geve

Het zijn roerige tijden. De wereld lijkt verdeeld in slachtoffers en daders. Boze mensen overal om ons heen. Veel verontwaardiging en veel gevoelens van niet gezien worden. Een roep om gelijkwaardige behandeling vanuit vele hoeken. Waarbij de grote middelvinger wordt opgeheven naar die ‘anderen’ die ons niet zien. Het is niet fijn om niet gezien te worden. Elk mens heeft deze behoefte. Het maakt dat we onszelf kunnen en vooral mogen zijn. Als individu, als volk, als ras, als seksueel persoon. Uiteindelijk gaat het over de basisbehoeften die ieder mens heeft. Deze basisbehoeften zijn belangrijk; ook in onze ontwikkeling. Het maakt dat wij leren onze eigen plek in te nemen in de wereld. Het zorgt ervoor dat we gezonde en ondersteunende relaties kunnen aangaan. En het zorg dat wij ons gezien voelen. Het komt nogal eens voor dat dit niet gezien voelen leidt tot problemen. Veel conflicten, onzekerheid, verslaving, burn-out, depressie. En zeker ook problemen met autoriteit. Een probleem hebben met iemand of een bijvoorbeeld een instantie die jou wat ‘oplegt’. Hoezo? Waarom moet ik dat veranderen? anders doen? dat bepaal ik zelf wel! Ik voel me als een klein kind behandeld!

Autoriteitsproblemen hebben direct te maken met deze basisbehoeften. Ik zet ze even op een rijtje:

  • De behoefte aan macht. Een zekere vorm van controle hebben is natuurlijk; regie houden over situaties is prettig en zeker niet ongezond. Het kan zorgen dat je op een prettige manier competitief bent en je doelen kan halen. Maar het kan ook leiden tot conflicten; als er geen respect is voor anderen of andere autoriteiten. Heb je wel respect kan je dus dominant zijn zonder over andermans grenzen te gaan.
  • De behoefte aan leiding. In situaties waarin we niet sterk zijn, is het prettig als we geleid kunnen worden. Is dat op een normale manier ontwikkeld, dan is er geen probleem. Als we teveel leiding verwachten van anderen maken we onszelf afhankelijk en machteloos en vervallen we in een slachtofferrol. Als we onze dominantie goed weten toe te passen kunnen we respectvol leiding geven.
  • De behoefte aan bewondering. Als kind (puber) zoeken we vaak een voorbeeld van bewondering. DIe ene popster, de juf, de trainer of een van onze ouders zorgen ervoor dat wij op een natuurlijke manier leren opzien naar de ander; we bewonderen hem of haar en ervan leren. Als we dit leren, kunnen we ook makkelijker omgaan met autoriteiten. Een voorwaarde is wel, de de persoon die we bewonderen onze verwachtingen waarmaakt, anders raken we gefrustreerd.
  • De behoefte gewaardeerd te worden. Deze is vooral belangrijk bij onze meerderen; een complimentje van je baas is belangrijker dan een complimentje van de bakker. Tenzij die je baas is natuurlijk!
  • De behoefte aan vrijheid. Als je leert dat je je ruimte mag nemen, er op uit mag gaan, op onderzoek kan gaan en niet gesmoord wordt door aandacht, angst en overweldigende liefde, voel je je vrij om je eigen ontdekkingen te doen. Als je teveel vrijheid krijgt zonder dat je een veilige basis hebt om op terug te vallen word je angstig en is vrijheid onbekend en slechts beperkt voelbaar. Bij teveel of te weinig vrijheid in onze jonge jaren ontstaat vaak een autoriteitsprobleem.
  • De behoefte aan autonomie. Je mag zelf bepalen wat hoe en waar. Zelf invulling geven aan bijvoorbeeld je werk op jouw manier is essentieel voor een betekenisvol leven. Word je bijvoorbeeld op je werk enkel en alleen gezien als uitvoerend en voel je je niet betrokken is dat frustrerend en kan dit leiden tot autoriteitsproblemen.
  • De behoefte om bij de groep te horen. Als wij onszelf onderdeel voelen van de groep met zijn leiders en zijn eigen groepsidentiteit voelen wij ons veilig; het functioneren in een groep vereist dat men om kan gaan met autoriteit.
  • De behoefte aan begrenzing en structuur. Als we leren omgaan met regels, afspraken en wetten krijgen we een muur om tegen te leunen. Teveel vrijheid is net zo schadelijk als teveel regels. Gezonde afspraken en regels geven een duidelijk kader waarbinnen we ons autonoom kunnen bewegen. Als we dit niet leren is het niet moeilijk te zien dat autoriteit al snel als erg vervelend wordt ervaren.
  • De behoefte om een ander een plezier te doen, Een natuurlijke behoefte die maakt dat wij goed in de groep liggen, prettig contact kunnen maken, fijne gesprekken kunnen hebben. Mits binnen de juiste grenzen (zie hierboven). Het maakt ons gelukkig als we ons gezien voelen door anderen maar ook als wij anderen zien. Zijn we hiertoe niet in staat zullen we isoleren en steeds meer moeite hebben met autoriteit. Zo zou het kunnen zijn dat we enkel bezig zijn om te pleasen om onszelf, niet om de ander. Als we dan niet ‘terugkrijgen’ wat we geven raken we verbitterd en draait het alleen nog maar om onszelf; niet de ander.

Als deze basisbehoeften in ons verleden niet of te weinig zijn verkend, kan er een probleem met autoriteit ontstaan. We raken gefrustreerd in het vervullen van een van de genoemde basisbehoeften en hebben te maken met oude pijn die wordt ‘getriggerd’ door autoriteit. Dat kan gaan over autoriteiten in de vorm van instanties (regering, belasting, werkgever etc), maar zeker ook door deze gevoelens te projecteren op onze partner, collega, vriend, broer, zus etc. Dan is er dus sprake van een onvervulde behoefte door het verleden; niet zozeer door genetische aanleg.

Zo kan het gebeuren dat iemand een autoriteitsprobleem heeft:

  • Men voelt zich gedomineerd. Dit kan voortkomen uit een een autoritaire opvoeding waarbij men zich dus automatisch richt tot een dominante persoon, maar tegelijkertijd de beklemming ervaart.
  • Men voelt zich niet gerespecteerd kan wijze op een lage behoefte aan bewondering voor anderen (misschien meer op zichzelf gericht). Dit kan ontstaan als ouders te gelijkwaardig waren of geen respect opriepen.
  • Gevoelens van niet gezien worden, niet gewaardeerd worden komen vaak voor als je teveel of juist te weinig waardering kreeg. Beiden kan funest zijn!
  • Gevoelens van gekleineerd worden liggen dicht tegen gevoelens van waardering aan. Dit kan voortkomen als kinderen gepest werden of gekleineerd werden door hun ouders.
  • Mensen die zichzelf snel ingedamd voelen door regeltjes en wetten hebben vaak een grote behoefte aan zelfbepaling en autonomie. Als er binnen het gezin van herkomst onvoldoende grenzen werden aangeboden leert men niet om te gaan met beperkingen en dus regelgeving, wetten etc. Zo heeft men gezien dat kinderen die anti-autoritair zijn opgevoed veel problemen ervaren met autoriteiten en ook met het leven in het algemeen.
  • Een ‘lage groepsbehoefte’ laat zien dat men niet heeft geleerd in een groep te functioneren. Het kan zijn dat het gezin geen veiligheid bood (pesten, buitensluiten, voortrekken van kinderen, niet aanwezige ouders). Het kind heeft dan geleerd op zichzelf te rekenen; niet de anderen. Als volwassene wil het liever zijn eigen gang gaan en ontwikkeld hij zij een sterk gevoel van onafhankelijkheid (ik heb niemand nodig).
  • Het tegenovergestelde kan ook gebeuren; een hoge groepsbehoefte. Ook hier heeft het kind niet geleerd gezond te functioneren. Zo zal de branieschopper op het schoolplein leren dat hij veel aandacht en schouderkloppen krijgt als hij een grote mond geeft naar de leraar. Als dit niet gecorrigeerd wordt blijft hij dit patroon herhalen en zal in zijn volwassen leven schoppen tegen autoriteitsfiguren.
  • Hoge intelligentie kan zorgen voor verveling; Als dit samengaat met een hoge behoefte aan waardering loert het  een gevoel van superioriteit. Het is lastig om dan gehoor te geven aan een leidinggevende die je niet waardeert omdat je zelf slimmer/sneller bent. Als je dan ook nog een kritische instelling hebt wordt je betweterig en dan is een respectvolle houding ver te zoeken. Deze kritische houding richt zich bovendien niet enkel op een ander maar ook op zichzelf.
  • Doe daar nog wat gebrek aan flexibiliteit en inlevingsvermogen bij en men wordt star. Dat dit problemen geeft lijkt me duidelijk. Ik mag graag naar de Rijdende Rechter kijken waar dit probleem vaak te zien is.
  • In de psychologie wordt gesproken over overdracht als men en vroegere autoriteit (vaak een ouder) projecteert op een ander. Die ander wordt dan als het ware gebruikt om de onvervulde behoeftes alsnog te bevredigen.

 

Bij het werken aan een autoriteitsprobleem is het vooral belangrijk in welke situatie deze het meeste speelt. Wellicht heb je er meer last van op het werk dan thuis. Of andersom. Door hier inzicht in te krijgen, leer je ook te zien waar je daadwerkelijk behoefte aan hebt. Wat belangrijk voor je is. Door deze waarden op een andere manier centraal te stellen in het leven en vooral meer voor jezelf en deze waarden te gaan zorgen hoef je het niet meer bij een ander te zoeken. En dus niet meer teleurgesteld te raken, gefrustreerd te raken en boos of opstandig te worden. Het is belangrijk om je te beseffen dat het niet gaat om je vrouw, je baas, je collega, de belasting, of wie dan ook. Het gaat om een onvervulde behoefte waarvoor gezorgd moet worden. Op een andere manier dan wel te verstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Delen?
FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin